AuteurLeendert van Gemeren

Nummer 13

Ik ben een doodnormale jongen
Van mij gaan er 13 in een dozijn
Ik ben niet heel erg goed in iets
En kan ik altijd Nummer 13 zijn

Mijn geluksnummer is eigenlijk toch weer speciaal
En niemand anders geeft zich er vrijwillig voor op
Ik blijf gewoon maar wel een eigenwijze donderstraal
Want met nummer 13 loop je altijd overal op kop

Ik ben een doodnormale jongen
Van mij gaan er 13 in een dozijn
Ik ben niet heel erg goed in iets
Al kan alleen ik Nummer 13 zijn

Wekelijks Onderhoud

Auw!Al jaren ga ik elke week even naar Jan.

Omdat ik chronisch ziek ben hebben mijn spieren het permanent zwaar te verduren en dan is het nodig om ze soepel te houden bij de fysiotherapeut.

Lees verder

Appeltaart

Heb je nog wel genoeg boter?
Want die appeltaart van jou
Kan best nog wel wat groter!

Woordenboek

Hoe kon ik toen ook weten
Dat het Woordenboek dat jij en ik gebruikten
Alleen de taal van Liefde had
Waardoor we nu elkaar nog steeds begrijpen

Paradise Papers

Dit is mijn eigen Paradijs
Ik heb het zelf geschapen
Lig ik op een bed van geld
Dan kan ik heerlijk slapen

Belastinggeld valt op mij niet te verhalen
Niemand is zo stinkend rijk als ik
Want ik ben Bono dus ik zwijg in alle talen

Boze kranten die vertellen
Hoe heerlijk ik kan dromen
Op dat eiland met mijn geld
En jij mag er niet komen

Belastinggeld valt op mij niet te verhalen
Niemand is zo stinkend rijk als ik
Want ik ben Bono dus ik zwijg in alle talen

Dit is mijn eigen Paradijs
En zal dus nooit betalen
Ik sta in Paradise Papers
Bij mij valt niets te halen

Ongewenste reclame

Ga weg!Een verrassing bij de post blijkt bij inzien een in plastic verpakte doos met oud papier te zijn.

Lees verder

Colporteur

Ga weg!De bel. Een Colporteur.

“Ik ben van het CKDKC en ik ga u wat vragen over uw huishouden stellen.” Nou mevrouw, ik dacht het toch niet.

Waarvan zei u dat u was? “Ik ben van het CKDKC en ik ga u wat vragen over uw huishouden stellen.” Het CKDKC wat is dat? “Dat is een bedrijf in schoonmaakmiddelen.”

Dag mevrouw.

Wintertijd

Ik kan er absoluut niet tegen
En als het aan mij had gelegen
Dan liepen klokken overal gelijk
Want dat is stukken minder …

Ondeugend

Ik zal het nooit kunnen laten, al die ondeugd
want zelfs al word ik krakkemikkig ben ik tachtig
dan zoen ik je ik nog altijd vol op je giechel verheugd
Ik ren je dan achterna als ik nog rennen kan zo krachtig
Ik heb mijn hele lange leven nog nooit van jou genoeg gehad
En ’s avonds in het verpleegtehuis heb ik ook nog altijd pret
Dus ga ik nog steeds lekker poedelnaakt met jou in het bad
Als we oud zijn en der dagen zat en niemand op ons let
Ik laat mij absoluut door hen geen regeltjes opleggen
En kruip als het donker is gewoon naast jou in bed
Het maakt mij niet uit wat de zusters zeggen

Kwijt

Ik snap haar vaak dan ook nog niet
Als ik probeer haar te begrijpen
En als ze mij soms iets wil zeggen

Ik neem vaak voor haar niet de tijd
Om eens goed naar haar te luisteren
En kan het onderbreken niet laten

Ik denk dan wat bedoelt die griet
En ik begin ‘m echt te knijpen
Wanneer zij mij dat uit wil leggen

Ik ben haar soms ook wel eens kwijt
Of ze moet heel lief gaan fluisteren
In plaats van plotseling hard praten