Naïeve geit

Jaren geleden, begin jaren negentig, woonde ik in een klein vakantiehuisje met twee slaapkamers langs een onverharde weg op het platteland van Nederland.

Ik worstelde om een ​​baan te vinden en werd als arme schooier beschouwd, maar ik kon altijd de rekening voor kachelolie betalen, dus ik was in orde, dacht ik, ook al was het maar net aan.

Nederlanders betaalden elkaar toen nog in guldens, er was nog geen euro, men kende het woord niet eens. Er was een unie van Europese landen, maar normale mensen wisten er niets van of het kon ze niets schelen. We leefden in die tijd gewoon ons vredige leven.

Nu zeg ik niet dat alles toen beter was, ik ben geen naïeve sentimentele gast die tegen het moderne leven raast, hoewel ik wel wat neigingen heb naar die simpele dingen in het leven van vroeger. Ik heb een mechanische klok aan de muur, ik draai vinyl platen en ik had tot voor kort een ouderwetse bifocale bril om te lezen en een handopwindbaar polshorloge. Maar betalen in guldens had een aantal voordelen die tegenwoordig allang voorbij zijn. Ten eerste, het gaf ons het gevoel een trotse Nederlandse natie te zijn, koppig misschien, maar trots. Wij hadden guldens, de rest van de wereld niet. En iedereen met dat soort geld zou zich rijk en zelfvoorzienend moeten voelen, daar bestaat geen twijfel over. En ten tweede heeft die munt ons ooit onafhankelijk gemaakt.

Laat me dat eens uitleggen met een voorbeeld. Een van de munten die we gebruikten vertegenwoordigde de waarde van twee en een halve gulden en heette een Rijksdaalder. Stelt u zich eens voor wat voor impact dat woord destijds had op een jongen in Nederland. Als je als kind een gulden had, was het hebben van zo’n muntje een overtreffende trap van je rijk voelen. Het was een munt die zou zeggen: luister, je kunt met guldens betalen maar als je deze Rijksdaalder hebt ben je 2,5 keer rijker dan normale mensen. Tenminste, dat betekende het voor mij als kind en ik weet zeker dat het hetzelfde betekende voor veel van mijn leeftijdsgenoten in de jaren tachtig. En zo voelde het in dat jaar 1991 nog steeds.

Europa? Brussel? Wie zijn zij? Er is niets buiten onze grenzen dat beter kan, alles wat je nodig hebt is hier. Maar nu weer over die Rijksdaalder, De Koningsmunt. Toen ik in dat kleine huisje langs de onverharde weg woonde, herinner ik mij opeens op een dag dat ik er nog een van in mijn portemonnee had. Er waren boerderijen in dat gebied, langs diezelfde onverharde weg. En ik ging op mijn klompen lopen en een tuinbroek aan, rode zakdoek in mijn zak zoals de Nederlanders in die tijd deden (ik in ieder geval wel) om eten te gaan kopen. Ik hoefde niet naar een supermarkt hoewel er een in het dorp was, op 4 kilometer afstand.

Aangekomen bij de eerste boerderij kocht ik een liter melk en kreeg 2 gulden en 25 cent terug. Daarna ging ik op weg naar de tweede boerderij en kreeg ik 3 piepers en een bos boerenkool, mijn favoriete eten in de winter. En toen ik bij de laatste boerderij langs de zandweg kwam kocht ik een rookworst die me 50 cent kostte. Op de terugweg had ik dus nog 1 gulden in mijn portemonnee. Ik verliet mijn huis als een rijke man die nog steeds terugkwam met geld op zak. En veel eten, genoeg voor 2 dagen. Melk kwam rechtstreeks van de koeien, ik moest het zelf pasteuriseren en kookte het in het melkpannetje in mijn keuken. En misschien moest ik op zoek naar een kleine worm in de boerenkool en die wegwerken, daar had ik geen probleem mee, dat was het simpele leven voor mij.

In schril contrast daarmee staat vandaag de dag in Nederland. We voelen ons niet meer rijk met euro’s in onze portemonnee en omdat ze uit alle Europese landen komen voelen we ons niet meer onafhankelijk. Brussel nam dat van ons af, samen met onze trots op de munt van onze natie. En ik loop ook allang niet meer over een onverharde weg voor mijn boodschappen. De prijzen zijn zo hoog gestegen dat je niet in staat zou zijn om twee dagen eten te kopen voor het equivalent van een Rijksdaalder en nog steeds naar huis te lopen met een warme Nederlandse gulden in je tuinbroekzak.

Als ik hieraan terugdenk, begrijp ik zo goed waarom de Britten hun land terug wilden claimen, ik wou dat onze Nederlandse regering verstandig zou worden en hetzelfde zou doen! Je bent misschien bang voor de negatieve effecten en bangmakerijen zeggen dat het ons 40 jaar terug in de tijd zou zetten, maar stel je voor, je zou in orde zijn zoals je toen in orde was! We waren in die tijd én oké én gelukkig. Dit land heeft misschien ergens langs die onverharde weg de verkeerde afslag genomen, maar het is niet te laat om terug te keren met genoeg geld om ons weer trots en onafhankelijk te laten voelen. We lopen misschien niet terug met een Nederlandse gulden op zak, maar we zouden die weg wel inslaan met genoeg geld om al onze dagelijkse behoeften te betalen, geloof me.

Naïeve geit.