Inkt

Toen ik als klein knaapje voor het eerst
Op de Lagere School daar in de schoolbank zat
Zo’n ouderwets houten stoeltje erbij
Met een zwart Pennenvakje bovenaan
En een schuifje over het potje

Daar had ik al snel met die Kroontjespen
Mijn gezicht met Koningsblauwe inkt beklad
Omdat het toen nog met rechts moest
En veegde de inkt van mijn gezicht
Met een lichtgeel zeemleren vodje

De Juf had het gelukkig heel snel door
Schrijf jij maar fijn met links hoor lieve schat
Jij kan dat wel, is wat ze tegen mij zei
Ze knuffelde mij toen even zachtjes
Noemde mij haar kleine blauwe dotje

Voel jij dat ook?

Mijn hart bonst nu al uren als een gek
Zoals ik op de deur bons bij jou vandaag
Het gaat maar door, ‘t is niet te stoppen

Laat mij bij jou binnen want ik hou van jou!
Hoor jij mijn verliefde hart niet in mijn lijf?
Als je even de tijd neemt om te luisteren
En dan ook naar mij verlangen zou

Voel jij het dan niet keihard dreunen
Als je jouw lieve hoofd er dan op legt?
Zie jij mijn hart dan daar niet kloppen?

Met al die woorden waarvan ik zo graag wil
Dat jij ze vanavond nog zou horen
Maar ik, ik kan alleen maar fluisteren
Overweldigd door het bonzen van mijn hart

Mijn hart, mijn hart dat bonst voor jou

Vacances en France

De droge hitte in de stille stad
Je mond verlangt naar bier
En je tandvlees doet nu zeer
Want het heeft het onderhand
Met het harde Franse brood gehad
Je verlangt naar de zachte warme huid
Van de vrouw van wie je zoveel houdt
Tegen die van jou thuis in je eigen bed
Zonet nog langs die hete landweg
Waaide de gerst in wilde paniek
Ogenschijnlijk dansend aan de zwier
Met de wind mee heen en weer
Op je droge lippen proef je zout
Want je lag vanochtend urenlang
Je te vervelen op het strand
En je vraagt je nog eens af
Wat doe ik hier?