Als ik je uitzwaai naar je werk

Elke ochtend als ik hier naar buiten kijk
Zie ik je lopen met je prachtig mooie lijf
En loop ik zelf met vlinders in mijn buik
Denk ik alleen maar wat een lekker wijf
Met je brede lach en mooie witte tanden
Kan niet wachten tot ik jouw parfum ruik
Pas als ik mij weer tegen je lichaam wrijf
En die heerlijke kont van je en je handen
Mijn vingers waar ik alles mee kan doen
Dan doe ik werkelijk ook alles, echt alles
Voor jouw zoen

Steekvlieg

Stomme steekvlieg!
Trap je plat!
En weg jij wat ik roep
Ergerlijke steekvlieg!
Kan je niet opvliegen
Vreselijke steekvlieg!
Lelijk monster in de lucht
Ik ben je gruwelijk zat
En trap je helemaal plat
Groetjes aan de stoep

Kootsekade 4, Rotterdams Accent

Kon je nagaan
Op z’n rotterdams riep mijn vader naar mijn ma
Of je worst lust riep ze terug
Tuurlijk, snij maar een stukkie
Slacht het gemeste varken joh
En vier een feessie met elkanders
Kon je nagaan zei hij nog een keer
Als die pa van jou geen centen had gehad
Dan woonden we niet hier maar
Ergens anders

Ik buig

Ik buig, in vrijheid
Voor de dode helden
Op de foto
Die voor mij
Vochten
Ik kijk omhoog
Waar vogels vrij vliegen
Voldaan
Kinderen keken omhoog
Met een lege maag
Naar bommenwerpers
Vol chocola
Waar om werd gevochten
Honger
Doet rare dingen
Met mensen
Ik zucht
Had dat nou niet anders
Kunnen gaan
En ik buig, in vrijheid

Op de Huishoudschool

Op de Huishoudschool leerde ik heel lekker koken
Niet alleen iets simpels maar soms weleens
Dingen die er dan zo heerlijk roken
De Kookjuf zei: “Dit is je Bijbel”
Maak je die hier vies of stuk
Dan heb je met mij heibel
Maak het ding dus nooit zoek
En wees er vooral heel zuinig op
Want het is jouw eigen Margriet Kookboek

Ridder Karel

Ridder Karel stond daar fier en buiten zinnen
Voor de poort van haar kasteel
Zijn speer wees strak naar boven
Het wachten werd hem haast teveel
Ik ben klaar met strijden en wil terstond naar binnen!
Ja dat riep hij duidelijk hoorbaar hier
Doe uw poortdeuren wijd open
Ik zal u dan terstond hartstochtelijk beminnen
Met mijn lans wijs ik nu naar de lucht
Laat mij nu toch uwe burcht betreden
Want als ik niet bij uw warme vuur mag komen
Zei Ridder Karel met een zucht
Wat moet ik dan met u Jonkvrouwe beginnen?

Geniet!

Als er iets heel erg lekker is dan is het vaak verboden
Maar als al dat moois in je leven je ontgaat
Lig je uiteindelijk zelf ongelukkig onder groene zoden
En is het dus voor altijd en eeuwig te laat
Dus zeg ik geniet van wat je doet om de tijd te doden
Want geluk ligt voor het oprapen op straat

Met mijn Brompot door Noord-Brabant

Lekker brommen om door te Breda rijden
Met mijn lieve Brompot fijn zo naast mij
Zij mag deze keer dan knusjes ook erbij
Berkel Enschot, Bladel, Boekel en Boxmeer
Langs Bergeijk om de snelweg te vermijden
Zij navigeert anders weet ik het niet meer
Bij Babyloniënbroek gaat de TomTom kapot
Met mijn brommobiel door het platteland
En commentaar van mijn geliefde Brompot
Langs ’s Heeren wegen in Noord-Brabant

Amersfoort

Het is aan de bovenkant van de stad
Meijepolder is de naam van deze straat
En ik woon hier in mijn eigen luchtkasteel
Ramen op de eerste zijn er voor mijn uitzicht
Soms met een kop koffie kijk ik daar naar buiten
Frisjes met een ontbijtje in torenkamer in de ochtend
Of in de zinderende middagzon op het dakterras
Soms open ik de poorten van de binnenplaats
En rij ik er een stukje met mijn brommobiel
Tot het tijd is om de maaltijd te bereiden
Morgen is de horizon weer in het zicht